Ik zie ze geregeld in mijn spreekkamer: lelijke, uitgebluste mensen. Jong begonnen aan de weg omhoog, zwemmen ze lange tijd tegen de stroom in. Bereiken ze de top, dan zijgen ze ineen als een mislukte plumpudding. Hun liefdeskindje is geboren, hun punt gemaakt – wie zijn ze?
Beneden lacht het schoonmaakpersoneel.
Zo komen ze bij mij. Ik leer ze dingen af. Beweeg mee met de stroom, let go!
Sommigen worden coach, anderen werkster of (pers)muskiet, ieder naar zijn aard en hoe de stroom loopt.
“I’m gonna go bite-bite-bitie-witie-wite-sir,
that’s what He even told me to do.
God loved me when He made me, the same as He loves you, so
I’m nature’s little mosquito”.
Een enkeling gaat snel dood. Dat was een ‘zalm’. Die moeten er ook zijn.
Weet jij of je up- of downstairs bezig bent? En heb je stromend water?





















