

Coaching is een vorm van toneelspelen. Grosso modo heb je vier rollen: recensent, toeschouwer, acteur en regisseur.
Als recensent ben je volledig gericht op de coachee. Je praat, kijkt, analyseert en…loopt achter de feiten aan. Je hebt geen invloed op het stuk – behalve als te gemakkelijk prater. Dan zegt de coachee: doe het zelf.
Als toeschouwer begeef je je (net zoals de recensent) niet op het podium. De coachee heeft maximale vrijheid het zelf uit te zoeken. Je geeft geen mening en kijkt naar de gebeurtenissen. Tenzij het theater in brand vliegt. Een andere teleurstelling is als het stuk tegenvalt. Maar dat is niet rolvast.
Als regisseur sta je vlakbij het podium. Je motiveert en begeleidt. Iedere stap van de coachee wordt uitgedaagd of aangemoedigd: “Betreedt het podium!” of ”Wat heb jij hier te zoeken, scheer je weg!”. Tegelijkertijd ben je afhankelijk van wat de coachee met je wenken doet.
Als acteur gebruik je het podium. Je bent in levendige interactie met de coachee. Deze krijgt volop kansen nieuw gedrag te verkennen. Valkuilen: de coachee in de zaal en jij mist hem niet eens. Of sterk tegenspel dringt je in de coacheerol. Je wilt het toneel verlaten. Maar dat is onprofessioneel.
Definieermacht
Coaching brengt grote verantwoordelijkheid met zich mee. Alleen al de belangrijke keuze van mindsetting. Welke setting, welke rollen passen bij de unieke situatie van jou en deze coachee? Misschien is het theater in dit geval een verkeerde metafoor en biedt de intensieve veehouderij een geschiktere setting, werpen de rollen van ‘koe’, ‘boer’, ‘veearts’ en ‘zuivelfabrikant’ een beter licht op de zaak.
Kies jij als coach je mindset met een fijne, vrije intuïtie, ben je Lebenscoach?
Of volg je cursusboeken en doe je trainingen na? Speel je toneel of ben je echt acteur?
Stof voor studieconferenties en reden voor sommige coaches om zich tot een coachend therapeut te wenden. Een ‘koeienfluisteraar’, in de veeteeltsetting.



